Verdediging van uw belangen

De eerste doelstelling van Fediplus is de verdediging van de rechten van de huidige en toekomstige gepensioneerden, het aan de kaak stellen van discriminatie jegens de gepensioneerden. Fediplus eist onder meer de structurele aanpassing van alle pensioenen aan de welvaart en niet uitsluitend aan de gezondheidsindex, de afschaffing van de solidariteitsbijdrage ten laste van de gepensioneerden, enz. Actief lobbyen bij de overheid gaf reeds positieve resultaten.
1. Deelname aan het beslissingsproces

Fediplus wenst dat de vertegenwoordigers van de gepensioneerden (huidige en toekomstige) betrokken worden bij de beslissingen die direct op hen betrekking hebben. Op dit ogenblik nemen enkel de sociale partners aan dit beslissingsproces deel. Wij betwisten het feit niet dat de sociale partners een advies uitbrengen over deze kwesties maar waarom de vertegenwoordigers van de gepensioneerden hierbij uitsluiten ? Het regeringsakkoord kondigt de oprichting aan van een Nationaal Pensioencomité voor de pensioenen. Dit comité zal zich onder meer buigen over het begrip zware arbeid, het deeltijds pensioen en de invoering van een pensioensysteem met punten. Er werd niet voorzien bij de samenstelling van dit comité om de vertegenwoordigers van de huidige en toekomstige gepensioneerden hierin op te nemen. Rekening houdend met de hervormingen die ingang zullen vinden lijkt ons deze situatie onhoudbaar.

2. Pensioen

 2.1 Pensioenen

 

  • Indexsprong

Wij verzetten ons tegen de invoering van een indexsprong voor de gepensioneerden. Het is onaanvaardbaar dat de gepensioneerden, van wie velen ternauwernood ontsnappen aan de armoedegrens, hun koopkracht zouden zien verminderen. Bij de actieven wordt de indexsprong deels gecompenseerd door een verhoging van de forfaitaire beroepskosten bij de belastingsaangifte. Voor de gepensioneerden wordt niets voorzien. Integendeel, de belastingsverminderingen worden voor verschillende jaren bevroren.

 

  • Aanpassing van de pensioenen aan de welvaart

Fediplus verdedigt de aanpassing van alle pensioenen aan de welvaart. Wanneer de lonen meer stijgen dan de index, dient er een aanpassing van de pensioenen te gebeuren. Via dit mechanisme is het mogelijk doorheen de tijd de koopkracht van de gepensioneerden te behouden. Enkel de pensioenen in de openbare sector worden thans via een systeem van perequatie aangepast aan de evolutie van de lonen. De vorige regeringen hebben nooit initiatieven genomen om deze aanpassingen structureel mogelijk te maken. Momenteel wordt om de twee jaar een welvaartsenveloppe bepaald door de regering op basis van een advies van de sociale partners. De aanpassingen aan de welvaart hangen dus af van de goodwill van de regering. Dit volstaat niet om de koopkracht te behouden! Het verlies aan koopkracht kan geraamd worden op ongeveer 1% per jaar. De oudere gepensioneerden worden door dit fenomeen meest geraakt. De pensioenen die meer dan 20 jaar geleden zijn toegekend zijn per definitie lager dan de pensioenen die vandaag ingaan. Zij werden immers berekend op een loopbaan van zoveel jaren terug, met lage lonen, die weinig pensioen betekenen. Naast een structurele aanpassing van de privépensioenen aan de welvaart vragen wij dus ook een inhaalbeweging voor de oudste pensioenen. Diezelfde inhaalbeweging is ook nodig voor de gepensioneerden van de DOSZ (Dienst Overzeese Sociale Zekerheid) die enkel in 2004 een aanpassing van hun pensioenen hebben gekend.

 

  • In 2015 voorziene aanpassingen aan de welvaart

Wij zijn verheugd dat de Groep van 10 voorgesteld heeft de welvaartsenveloppe volledig te verdelen, waardoor 500 miljoen kan besteed worden aan de gepensioneerden. Minder verheugd zijn we over het feit dat de oudste pensioenen hierbij stiefmoederlijk behandeld worden. Minimumpensioen (alleenstaande en gezin): + 2% Pensioenen in voege in 2010 en 2011: + 2% Pensioen in voege voor 1995: + 1 % Vakantiegeld: + 6.9 % Gemengde loopbaan: regeling minimumpensioen Gevolg: wie een pensioen heeft dat ingegaan is tussen 1995 en 2009 zal slechts een verhoogd vakantiegeld krijgen. Wie daarentegen zijn/haar pensioen voor het eerst heeft ontvangen in 2010 of 2011, krijgt 2% bij. Een verhoging van de minimumpensioenen was zeker aan de orde (hoewel het bedrag slechts geldt indien men een loopbaan van 45 jaar heeft), maar de regering doet weinig inspanningen om de oudste (en laagste) pensioenen wat op te krikken. Er wordt slechts 1% verhoging toegepast voor gepensioneerden van wie het pensioen voor 1995 werd toegekend. Nochtans zijn deze oudste pensioenen ook de laagste. Wij vragen dan ook aan de regering een grotere inspanning te doen voor de oudste pensioenen. Dit moet snel gebeuren want de sociale onrechtvaardigheid tegenover de oudste gepensioneerden graaft steeds dieper.

 

  • Afhoudingen op pensioenen

 

Afschaffing van de solidariteitsbijdrage

Een vorige regering had zich ertoe verbonden de bijdrage af te schaffen. Er kwam een eerste etappe in 2008 met een verhoging van de bedragen vanaf dewelke de solidariteitsbijdrage wordt geheven. Sindsdien niets meer. De solidariteitsbijdrage is tegengesteld aan het repartitieprincipe dat aan de basis ligt van de financiering van onze pensioenen. De financiering van de pensioenen dient te gebeuren via bijdragebetalingen op de lonen van de werknemers (principe van repartitie). Men kan in dit kader het pensioen niet doen betalen door de gepensioneerde. Als minimale eis stellen wij dat men minstens de solidariteitsbijdrage afschaft voor de gepensioneerden die een aanvullend pensioen hebben ontvangen meer dan 15 jaar geleden. Er bestaat geen enkele rechtvaardiging voor het behoud van een dergelijke afhouding na een zo lange periode. Herinneren wij eraan dat de fictieve rente wordt berekend op basis van een tarief van 4,75 % terwijl in de werkelijkheid rendementen veel lager liggen.

 

Belasting aan de bron

Een gepensioneerde heeft recht op een belastingvermindering (artikel 147 WIB) omdat hij een vervangingsinkomen ontvangt. Wij betreuren dat de regering beslist heeft deze vermindering niet te indexeren voor het aanslagjaar 2015 (inkomsten 2014) en 2016 (inkomsten 2015). Men moet ook de bijkomende aftrek voor lage pensioenen (artikel 154 WIB) aanpassen zodat een aanpassing van de pensioenen niet voor gevolg heeft dat het nettopensioen daalt.

 

  • Berekening van het pensioen

 

Een herwaarderingscoëfficënt terug invoeren bij de berekening van het pensioen

Een dergelijke coëfficiënt werd in 2005 afgeschaft maar liet toe de lonen van de jaren 1955 tot 1974 te herwaarderen. Wij stellen voor een aanpassingsmechanisme in te voeren bij de berekening van de pensioenen, dat het mogelijk maakt rekening te houden met de loonevolutie.

 

Verhoging van het plafond van de lonen waarmee rekening wordt gehouden bij de berekening van het pensioen

Door een dergelijke verhoging zal het pensioen meer in verhouding zijn tot de verdiende lonen gedurende de hele loopbaan. Het plafond 2014 bedraagt 52.972,53euro. Wij vragen een verhoging met 25%, eventueel gespreid over verschillende jaren.

 

Herinvoering van de pensioenbonus

Sinds 1 januari 2015 is de pensioenbonus afgeschaft behalve voor de personen die ten laatste op 1 december 2014 aan de voorwaarden beantwoordden om de bonus te krijgen of verder op te bouwen. De bonus bestaat uit een forfaitair bedrag per dag actief blijven 12 maanden nadat men aan de voorwaarden voldoet om vervroegd pensioen te kunnen krijgen. Wij zijn van mening dat een dergelijke bonus een middel is om mensen langer aan het werk te houden.

 

Minimumpensioen

Wij vragen een verhoging van het minimumpensioen om te vermijden dat iemand onder de armoedegrens komt ; 1250 euro bruto per maand ligt op het niveau van de werkloosheidsuitkering. Indien men geen volledige loopbaan heeft maar toch meer dan 30 jaren, wordt het minimum prorata berekend. Gelijkgestelde periodes Niet iedereen heeft het geluk niet ziek te worden of zijn job heel zijn actief leven te behouden. Bovendien moet een evenwicht tussen werk en vrije tijd mogelijk zijn. De gelijkgestelde periodes kunnen worden aangezien als een middel om het pensioen op een zeker niveau te brengen. Wij vragen dat tijdskrediet bij eindeloopbaan behouden blijft vanaf 55 jaar, in een arbeidsregime van 4/5e met gelijkstelling. Vanaf 60 jaar zouden de actieven dienen te kunnen opteren voor volledig tijdskrediet (in een arbeidsregime van 4/5e of halftijds).

 

 

2.2 Pensioenhervorming

 

  • Hervormingen van de pensioenen dienen rekening te houden met de reeds verworven en nog te verwerven rechten : een lange overgangsperiode is dus steeds nodig. Alle personen die dicht bij hun pensioen staan mogen niet gesanctioneerd worden.
  • Hervormingen dienen niet enkel om budgettaire redenen te gebeuren : het wettelijk pensioen moet aan eenieder de mogelijkheid geven fatsoenlijk verder te leven en een bepaald levenspeil te kunnen aanhouden; De 1e pijler dient belangrijk te blijven zonder dat de ontwikkeling van de 2e pijler mag veronachtzaamd worden.
  • De commissie tot hervorming van de pensioenen 2020-2040 heeft een puntensysteem voorgesteld, dat gemeen is aan elk pensioensysteem. Wij zijn geen tegenstander van zulk systeem maar wij stellen ons heel wat vragen, onder meer over de waarde van elk punt en dus van de waarde van het pensioen.
  • Om zo’n puntensysteem op punt te stellen lijkt ons een dialoog met de vertegenwoordigers van de huidige en toekomstige gepensioneerden een must.
  • Om de financiering van de pensioenen in de toekomst te kunnen waarborgen dient de loopbaan langer te zijn. De leeftijd waarop men gemiddeld stopt met werken is 60 jaar terwijl de wettelijke pensionering gebeurt op 65. Ook al dienen vervroegde pensioensystemen behouden te blijven voor zware en lange loopbanen, zal de regering toch moeten nadenken over een politiek die de werknemers aanzet tot 65 te blijven werken. De voortijdige pensionering betekent een verlies aan competentie voor de ondernemingen en heeft er nooit toe geleid dat jongeren beter aan werk konden geraken.
  • De voortdurende vorming, de aanpassing van de loopbaan en/of de functie tijdens de laatste loopbaanperiode zijn evenveel pistes die kunnen nagegaan worden. Het is erg belangrijk dat de arbeidsmarkt beter zou worden aangepast aan oudere werknemers en dat men geen eenzijdige maatregelen neemt om de loopbaan te verlengen zonder aanpassing van de arbeidsmarkt en de arbeidsvoorwaarden.
  • De verbetering van de 1e pijler mag niet voor gevolg hebben dat de 2e en de 3e niet verder moeten ontwikkeld worden Tal van werknemers bouwen een aanvullend pensioen op (bijna 75% momenteel tegen 35% in 2003). De gespaarde bedragen liggen erg uiteen en zijn in veel gevallen niet erg hoog. De vroegere minister van Pensioenen Frank Vandenbroucke heeft met zijn Wet op de Aanvullende Pensioenen niet het door hem gewenste resultaat gekend, de democratisering ervan laat te wensen over. De sectoren moeten dus aangespoord worden collectieve arbeidsovereenkomsten af te sluiten om dit aanvullend pensioen te ontwikkelen. Anderzijds vragen wij het behoud en eventueel de verbetering van de fiscale voordelen van deze pijlers. Bovendien moet de begunstigde steeds de keuze hebben tussen rente en kapitaal.
3. Mobiliteit

De busmaatschappijen in dit land schaffen binnenkort de gratisdienst voor 65+ers af. Bij TEC zou de prijs stijgen van 35 naar 60 euro. De Lijn wil een abonnement voor senioren aanbieden dat 50 euro kost, en dit vanaf 1 september 2015. STIB past reeds een tarief van 60 euro toe voor senioren. Na de afschaffing van het gratis busreizen voor de senioren zijn deze maatregelen geen goede idee. Er komen nu drie verschillende te betalen tarieven, Wallonië wil de invoering van het betalende abonnement uitstellen, maar tot wanneer? De verhogingen worden als miniem voorgesteld maar betekenen in feite voor mensen die het al niet breed hebben een bijkomende uitdaging. Bovendien moeten zij in feite 3 abonnementen hebben als zij bvb in de buurt van Brussel wonen. Terugkeren op vroeger aangegane verbintenissen is geen goed idee, mensen zullen opnieuw naar de auto grijpen, met alle gevolgen vandien voor een vloeiend verkeer! Deze beslissingen bewijzen eens te meer dat de overheid weinig rekening houdt met de specifieke situatie van de senior. Wij vragen dan ook minstens een evenwichtige tarifering in dit land, en dus een gecoördineerde politiek tussen de verschillende maatschappijen rond een uniform tarief, en een vereenvoudiging van de procedures om dergelijk abonnement te kunnen verkrijgen. Gratis rijden terug invoeren zou een goede zaak zijn want men zou een verhoging van het autoverkeer vermijden en de senioren uit hun isolement halen. Bovendien zou het budget van de senior er gezonder door worden en zou het een weldadige invloed hebben op het milieu. Er zijn alternatieven mogelijk, waarover kan nagedacht worden, en die meer respectvol zijn tegenover de senioren, de volksgezondheid en het milieu.

4. Dienstencheques

Senioren doen vaak beroep op hulp via het systeem van dienstencheques. In Wallonië wordt de fiscale aftrekbaarheid van deze cheques thans verminderd van 30 naar 10%. In de praktijk zal men dus vanaf 1 januari 2015 slechts nog van een belastingvermindering van 0,9 euro per cheque kunnen genieten voor de eerste 150 aangekochte cheques per persoon. Fediplus wil een terugkeer naar 30% aftrekbaarheid voor de eerste 150 aangekochte cheques, zoals dat ook het geval is in Vlaanderen en Brussel.