Gelijkgestelde periodes

Welk periodes worden gelijkgesteld voor de berekening van mijn pensioen (bij werknemers/privésector)

 

Het gaat hier vooral om onvrijwillige werkloosheidsperiodes, tijdskrediet (in specifieke gevallen), ziekte, arbeidsongeval, beroepsziekte, militaire dienst, ouderschapsverlof.

Het KB van 27 feb. 2013 voert nieuwe regels in bij de uitoefening van sommige perioden van inactiviteit vanaf 1 januari 2012 voor de pensioenen van werknemers die ten vroegste op 1 januari 2013 aanvangen.  De filosofie die hierachter zit is om meer gewicht te geven aan de gewerkte periodes t.o.v. periodes die gelijkgesteld worden met arbeid.

Wat de gelijkstelling betreft, is de algemene regel dat men een vervanging/onderbrekings- vergoeding moet ontvangen tijdens de betrokken periode.  Sommige periodes van inactiviteit zullen gelijkgesteld worden op basis van een normaal fictief loon (zijnde het jaarlijkse forfaitaire loon van het vorige aanslagjaar, het huidige loon of het toekomstige loon) of op basis van een beperkt fictief loon in het kader van een minimumjaarrecht (23.374,55 euro’s op 1 juni 2016 – aan index 138,81 – voor een volledig jaar) in zoverre dat het beperkt fictief loon lager is dan het normaal fictief loon.  Wat helemaal het tegenovergestelde is bij ambtenaren waar de gelijkstelling altijd gratis is.  Het is daarentegen niet mogelijk om evt. bijdragen te betalen om deze periodes van tijdskrediet te valideren.  Meer nog, peridoes van vrijwillige werkonderbreking of tijdskrediet zonder motief, opgenomen voor 1 jan. 2015 zullen slechts in aanmerking genomen worden voor een max. van één jaar.  Vanaf 1 januari 2015 zullen deze periodes niet meer gelijkgesteld worden.  De thematische verloven van tijdskrediet zullen daarentegen volledig gelijkgesteld blijven.

De nieuwe wetgeving richt zich voornamelijk op de volgende periodes van inactiviteit :

–        De derde periode van werkloosheid (vangt aan vanaf de 48° maand ten laatste)

Deze periode zal volledig gelijkgesteld zijn maar enkel op basis van het beperkt fictief loon indien dit lager is dan het normaal fictief loon.  Het normaal fictief loon daarentegen zal wel toegepast worden voor de personen die zicht in de derde periode van werkloosheid bevinden op 1 november 2012 en die de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben, op voorwaarde dat deze laatste werkloos geworden is vanaf 50 jaar.

Het normaal fictief loon zal wel toegepast worden voor :

o   De eerste periode van werkloosheid : voor een vergoeding voor max. 12 maanden

o   De tweede periode van werkloosheid : voor een vergoeding tussen 12 en 36 maanden max.

–        Het gewone tijdskrediet volgens de cao n° 77bis en 103

Deze periode wordt gelijkgesteld op basis van een normaal fictief loon in zoverre de werknemer een onderbrekingsvergoeding van de RvA ontvangt.

–        Het tijdskrediet zonder motief en zonder onderbrekingsvergoeding bestaat niet meer.  Deze laatste gaf de mogelijkheid aan de werknemer die zijn activiteit wenst te onderbreken voor max. 1 jaar om te reizen, een andere job te proberen etc., maar deze mogelijkheid bestaat nu niet meer.

–        Het tijdskrediet met motief voor zorg en opleiding werd uitgebreid van 48 naar 51 maanden.  Dit geeft de mogelijkheid aan werknemer om zich tijdskrediet toe te kennen om te zorgen voor een familielid in de eerste graad.

–        Het tijdskrediet einde loopbaan (halftijds of voor 1/5 voorbehouden aan de + 55).  Deze periode wordt gelijkgesteld in zoverre de werknemer een onderbrekingsvergoeding van de Rva ontvangt.  Indien het tijdskrediet opgenomen worden in het kader van de wetgeving die in voege ging vanaf 01 januari 2015, zal de gelijkstelling gebeuren op basis van het beperkt fictief loon met uitzondering van volgende gevallen :

o   Einde loopbaan in ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering

o   Einde loopbaan bij zware beroepen

o   De eerste 312 dagen die volgen op de 60° verjaardag

–        Periodes van thematisch verlof (verlof voor palliatieve zorgen, ouderschapsverlof, verlof voor wijstand of verlenen van zorgen aan een zwaar ziek familielid uit het gezin of de familie.

Deze periodes blijven integraal gelijkgesteld op basis van een normaal fictief loon.  Wat de 4 verlof maand van het ouderschapsverlof betreft, wordt deze ook gelijkgesteld indien de persoon onderbrekingsvergoedingen ontvangt of niet (uitzondering op de algemene regel bij gelijkstellingen)

–        Periodes van Pseudobrugpensioenen (Canada Dry) : Deze worden volledig gelijkgesteld.  Maar indien deze periode plaatsvind na 21 december 2011 wordt het beperkt fictief loon toegepast tot en met de maand van de 59° verjaardag.

–        Periodes van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT/Brugpensioen)

Deze periodes blijven volledig gelijkgesteld op basis van een beperkt fictief loon tot en met de 59° verjaardag van de betrokkene.  De periode hierna wordt gelijk gesteld op het normaal fictief loon.  De nieuwe regelgeving voorziet namelijk veel gelijkgestelde periodes die toch worden gelijkgesteld aan het normaal fictief loon ondanks het feit dat ze zich bevinden voor de 59° verjaardag.  Het gaat o.a. om volgende situaties :

o   Periodes van werkloosheid met bedrijfstoeslag in de sector van het openbaar vervoer Mivb/Tec/DeLijn

o   Periodes van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering

o   Brugpensioen bij zware beroepen : vanaf de leeftijd van 58 jaar na een loopbaan van 35 jaar (waarvan 5 jaar zwaar beroep gedurende de 10 laatste jaren of 7 jaar zwaar beroep over een periode van 15 jaar)

o   Brugpensioen in de bouwsector vanaf de leeftijd van 56 jaar : mits arbeidsongeschikt en 33 jaar loopbaan

o   Sectoraal brugpensioen vanaf de leeftijd van 56 jaar met 20 jaar nachtarbeid en 33 jaar loopbaan

o   Medisch brugpensioen

o   Brugpensioen voor de lange loopbanen (56jaar mits 40 jaar loopbaan)

o   Indien ontslagen voor 28 november 2011 of in vooropzeg geplaatst om daarna recht te hebben op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

o   Werknemers reeds met brugpensioen voor 28 november 2011

Opgelet

De gelijkstelling voor de periode van Swt of Pseudo brugpensioen na de 59° verjaardag zal gebeuren a.d.h.v. een minimum recht per loopbaanjaar (i.p.v. het normale loon) voor ieder ontslag vanaf 10 oktober 2016 (dit moet nog bevestigd worden na publicatie van de wetteksten)

De artikels 7 en 9 van het KB van 27 februari 2013 treden in voege vanaf 1 januari 2017.

Het Art. 7 verzekert de bruggepensioneerde  of werkloze met bedrijfstoeslag die opnieuw het werk deeltijds opneemt een pensioen dat berekend wordt op basis van zijn arbeidsprestaties en op zijn niet gepresteerde dagen.  Dit objectief wordt bereikt door de gelijkstelling van deze personen aan een vergoede werknemer die in het statuut bevindt van “deeltijdse werknemer met behoud van rechten”.

Het Art. 9 stipuleert dat de gelijkstelling van inactieve geregistreerde periodes voor de voltijdse bruggepensioneerde of de voltijdse werkloze met bedrijfstoeslag die het werk deeltijds hervat, op dezelfde wijze geregeld wordt als een deeltijdse werknemer met behoud van rechten.