Pensioenen: onlogische maatregelen!

04 Okt 2017 Pensioenen: onlogische maatregelen!

De laatste dagen worden we overrompeld door weinig rechtlijnige uitspraken van politici, die zich mengen in het complexe pensioendebat. Het debat wordt toegespitst op het minder goed gelijkstellen bij oudere werknemers van bepaalde periodes van tijdskrediet, werkloosheid en brugpensioen in de privésector bij de berekening van dat pensioen. Een rijk land zoals het onze kon zich lang permitteren die periodes onbeperkt in de tijd gelijk te stellen: dat wil zeggen dat bij de berekening van het pensioen de niet-gewerkte periodes toch werden aangezien als gewerkt en dus berekend tegen het normale loon. Het kon zo gebeuren dat iemand die lang gestempeld had toch een behoorlijk pensioen kreeg. Andere landen zijn minder royaal….
Sinds een aantal jaren wordt aan die vrijgevigheid geleidelijk paal en perk gesteld: later op brugpensioen, minder gunstig tijdskrediet. Recent wil de overheid ook gaan ingrijpen op het aspect loon dat in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het pensioen, als men te vroeg in een of ander vervangingsinkomen terecht komt, nu ook werkloosheid. Het past in het plaatje van besparingen. Maar te sterk toegespitst op oudere werknemers die daar in veel gevallen niet kunnen aan doen.
De sociale bijdragen volstaan immers reeds lang niet meer om de pensioenen te kunnen betalen. De overheid kan het saldo nauwelijks financieren. Vandaar: langer werken, dus meer inkomsten en minder uitgaven. De prognoses liegen er echter niet om: « voorzichtige » prognoses stellen dat de pensioenuitgaven binnen een goede twintig jaar met 2,3% van het bbp zullen gestegen zijn, wat overeenkomt met zowat 7 miljard! Daling van andere sociale uitgaven compenseren dit niet.
Langer werken is bovendien in de privésector geen succesverhaal in dit land: de werkgelegenheidsgraad van de 55+ers bedraagt nauwelijks 45,4 %, een stuk lager dan in andere EU-landen en nog veraf van de 50% die de EU in 2020 wil bereiken. Onder andere door de sterke koppeling van loon aan anciënniteit of beroepservaring is het voor ondernemingen in België minder interessant 55+ers aan te werven of te behouden. Volgens berekeningen van Trends ligt het maandloon van een Belgische werknemer van 60 jaar 29,2% hoger dan dat van een collega in de groep 30-39 jaar. In Nederland en Zweden is dat verschil respectievelijk 8 en 4,9 % en werken de mensen daar ook veel langer.
Onze te grote loonspanning bestaat niet sinds gisteren, en wordt reeds lang in vraag gesteld: diverse pogingen werden ondernomen om deze loonspanning te verkleinen, blijkbaar zonder veel resultaat.
Oudere werknemers vinden dus bij ontslag niet gemakkelijk werk (eufemisme!), worden werkloos of bruggepensioneerd … of komen in de ziekteverzekering terecht! Dienen zij daarvoor op hun pensioen gesanctioneerd te worden?
Trouwens, dat pensioen mag men niet overdrijven: volgens Econopolis bedraagt het voor een werknemer gemiddeld 1207 euro per maand (cijfers: 2015). Hierdoor ligt het nauwelijks boven het minimumpensioen! Plannen om het te verhogen via een aanvullend pensioen gaan in veel ondernemingen niet erg ver.
Op tijdskrediet wil de overheid ook beknibbelen: en ik die dacht dat het ingevoerd was om privéleven en beroepsleven beter op elkaar af te stemmen, en daardoor mensen langer aan het werk te kunnen houden. Het is contradictorisch langs de ene kant tijdskrediet toe te kennen en dan het pensioenrecht op die periode sterk in te perken.
Toch een voorbeeld: als iemand 3700 euro bruto per maand verdient, betekent dat op jaarbasis een pensioeninkomst van iets meer dan 532 euro. Indien men wegens lange werkloosheid of vroeg brugpensioen terugvalt op een gelijkstelling op basis van het minimumloon zal de pensioeninkomst nog slechts 317 euro betekenen, dit is een verlies van 215 euro: indien men verschillende jaren in dit systeem blijft betekent dit een flinke aderlating.
Fediplus wil dat paal en perk gesteld wordt aan de beknotting van het (lage)basispensioen, de eerste pijler: in de praktijk blijkt hij voor velen nog steeds de belangrijkste basis voor het pensioen. Dus, overheid: doe meer mensen effectief werken, maar bestraf niet diegenen die werk en privéleven harmonieus willen combineren, of die omwille van loonverschil niet meer aan de bak komen op latere leeftijd.