De Belgische sociale kalender van 2026 is begonnen in een gespannen sfeer. Na een najaar in 2025 dat werd gekenmerkt door een betoging van 140.000 mensen in Brussel en een vierdaagse algemene staking, hebben de drie grote vakbondscentrales van het land — ACV, ABVV en ACLVB — opgeroepen tot een nieuwe mobilisatie. 12 maart 2026 wordt de volgende fase in een krachtmeting die al meer dan zes maanden duurt tussen de sociale partners en de federale Arizona-regering.

De datum is erg symbolisch hoewel hij al lang vaststaat. Op diezelfde dag wordt immers verwacht dat het federale parlement zich in plenaire zitting uitspreekt over het pensioenwetsontwerp van minister Jan Jambon (N-VA). Het samenvallen van de stemming en de betoging geeft deze dag een sterke symbolische en politieke lading. Voor de vakbonden gaat het erom een duidelijk signaal te sturen naar de parlementsleden vóór ze op de stemknop drukken.

Concreet zal de dag van 12 maart worden voorafgegaan door een 72-urenstaking bij het spoor, op initiatief van ACOD Spoor, van 8 maart tot 11 maart om 22 uur. Reizigers zijn gewaarschuwd: de treinen van Infrabel en NMBS zullen gedurende drie dagen grotendeels stilvallen. Op 12 maart zelf staat een algemene staking van 24 uur gepland in zowel de publieke als de private sector. De Brusselse luchthavens — Zaventem en Charleroi — hebben nu al aangekondigd alle passagiersvluchten te annuleren. Ook MIVB, NMBS en De Lijn zullen naar verwachting zwaar verstoord zijn. Scholen, administraties en een groot deel van de industrie zullen stilvallen.

De nationale betoging start om 10.00 uur aan het Noordstation in Brussel. Enkele tienduizenden manifestanten uit heel België worden verwacht.

In het hart van de vakbonds­eisen staan de pensioenen. Het bonus-malussysteem dat door de hervorming van de Arizona-regering werd ingevoerd, wordt door hen als fundamenteel oneerlijk beschouwd. De zogenaamde “Jambon-malus” — een vermindering van het maandelijkse pensioenbedrag voor werknemers die vóór de wettelijke pensioenleeftijd vertrekken zonder te voldoen aan twee cumulatieve loopbaanvoorwaarden — wordt door de vakbonden gezien als een dubbele straf. Veel werknemers aan het einde van hun carrière zijn fysiek uitgeput, kampen met beroepsziekten of zware arbeidsomstandigheden en hebben geen andere keuze dan vroeger de arbeidsmarkt te verlaten. Hen financieel bestraffen betekent volgens de vakbond twee keer straffen: eerst door hun arbeidsomstandigheden en vervolgens via de berekening van hun pensioen.

De hervorming van de werkloosheid, die op 1 maart 2026 in werking trad, verergert de situatie voor werknemers nog. Door de duur van de werkloosheidsuitkering te beperken tot 24 maanden, ontstaat er automatisch een leegte voor langdurig werklozen van meer dan 60 jaar die nog niet voldoen aan de voorwaarden voor een vervroegd pensioen. Deze mensen — te jong voor pensioen maar te oud om nog aantrekkelijk te zijn voor werkgevers — dreigen zonder sociaal vangnet te vallen. Volgens het ACV zouden in de komende jaren duizenden Belgen in deze situatie terecht kunnen komen.

Een ander belangrijk twistpunt is de impact van de hervorming op vrouwen. Als vereniging van en voor gepensioneerden documenteert Fediplus dit effect al maanden. De voorwaarden voor de pensioenbonus (35 jaar loopbaan met 156 effectief gewerkte dagen per jaar en 7.020 effectief gewerkte dagen over de volledige loopbaan) benadelen vrouwen structureel. Zij werken vaker deeltijds voor opvang van kinderen.

De vakbonden verwerpen de hervorming niet volledig. Sinds de herfst van 2025 hebben hun acties al tot verschillende aanpassingen geleid: periodes van tijdelijke werkloosheid worden nu meegeteld voor het pensioen; ziektedagen zullen worden gelijkgesteld met effectief werk voor de berekening van de malus (maar nog niet voor de bonus, wat de vakbonden blijven betwisten); het eerste loopbaanjaar wordt opgenomen in de pensioenberekening; en de landingsbanen — een regeling waarmee oudere werknemers hun arbeidstijd kunnen verminderen met een compensatie — zijn behouden gebleven. Toch vinden de vakbonden deze toegevingen onvoldoende.

De reactie van de regering, bij monde van minister Jan Jambon, is tegelijk geruststellend en vastberaden. Volgens hem heeft de hervorming tot doel het pensioensysteem eerlijker en duurzamer te maken op lange termijn, in een context van snelle demografische vergrijzing. Hij herinnert eraan dat België tot de Europese landen behoort waar de effectieve pensioenleeftijd het laagst ligt en dat de pensioenkosten al een aanzienlijk deel van het bbp uitmaken. Zonder structurele hervorming zou de financiering van het systeem op lange termijn in gevaar komen.

Deze argumenten overtuigen de vakbonden niet. Volgens hen mag budgettaire houdbaarheid niet ten koste gaan van sociale rechtvaardigheid. Ze stellen alternatieven voor: meer tewerkstelling van oudere werknemers in aangepaste arbeidsomstandigheden, een betere erkenning van zware beroepen en een versterkte financiering van de sociale zekerheid via een bijdrage op kapitaalinkomsten.

Fediplus vindt ook een oplossing in de zg pensioensplit, waarbij pensioenrechten (ook aanvullende) bij het uiteengaan van een koppel verdeeld worden over de twee personen.

12 maart belooft een beslissende dag te worden. Als het wetsontwerp ondanks de mobilisatie wordt aangenomen, hebben de vakbonden gewaarschuwd dat zij hun acties zullen opvoeren. Als de stemming wordt uitgesteld of als er belangrijke amendementen worden aangenomen, kan de dynamiek van de mobilisatie veranderen. In beide gevallen zal de kwestie van de Belgische pensioenen de komende weken een centrale plaats blijven innemen in het sociale en politieke debat. De regering lijkt voorlopig niet van plan om verdere toegevingen te doen.