De Europese Commissie publiceerde in november 2025 haar "pension package", een reeks wetgevende voorstellen die twee pijlers van het Europese beleid inzake aanvullende pensioenen raken: de herziening van de IORP II-richtlijn voor bedrijfspensioeninstellingen, en de hervorming van de PEPP-verordening voor het pan-Europese individuele pensioenspaarproduct. De FSMA lichtte de grote lijnen toe voor de commissie aanvullende pensioenen op 8 juni.

Maar vooraleer de kern van het onderwerp te behandelen, moeten de begrippen worden afgebakend. Twee sleutelbegrippen verdienen toelichting: IORP II en het PEPP.

Wat is IORP II?

IORP staat voor "Institutions for Occupational Retirement Provision", met andere woorden de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, de aanvullende pensioenen in België. De IORP II-richtlijn, van kracht sinds 2019, regelt op Europees niveau de werking van deze bedrijfs- of sectorale pensioenfondsen, die de tweede pijler vormen: die welke werkgevers en werknemers gezamenlijk voeden, buiten het wettelijk pensioenstelsel dat door de staat wordt beheerd. Ze legt gemeenschappelijke regels vast inzake governance, beleggingsbeheer, transparantie tegenover de aangeslotenen en toezicht door de nationale autoriteiten. IORP III is de herziening ervan, voorgesteld door de Commissie eind 2025 in het kader van het pension package.

Wat is het PEPP?

Het PEPP, of "Pan-European Personal Pension Product", is een individueel pensioenspaarproduct dat bij Europese verordening in 2019 werd gecreëerd en sinds 2022 op de markt is. Het valt onder de derde pensioenpijler — de vrijwillige individuele spaarfase — naast nationale producten zoals het Belgische pensioensparen. De ambitie was om Europese burgers in staat te stellen een aanvullend pensioen op te bouwen via een product dat in alle lidstaten wordt erkend, wat in het bijzonder grensoverschrijdende beroepsmobiliteit zou vergemakkelijken. PEPP II is de herziening van die verordening, eveneens opgenomen in het pension package van november 2025.

IORP III: consolideren, professionaliseren, liberaliseren

De herziening van IORP II streeft drie doelstellingen tegelijk na. De eerste is structureel: de consolidatie bevorderen van een nog te sterk gefragmenteerde Europese sector, die wordt gedomineerd door een waaier van kleine, weinig efficiënte fondsen. De verwachte schaalvoordelen moeten leiden tot lagere kosten, een grotere investeringscapaciteit in de Europese kapitaalmarkten en een professionelere governance.

De tweede doelstelling is regulatoir: de nationale beleggingsbeperkingen afschaffen ten voordele van het uitsluitende "prudent person"-principe, waarbij de belegger, eenmaal goed geïnformeerd over de risico's en mogelijke rendementen, een weloverwogen keuze maakt. De Commissie is expliciet: beleggingen in aandelen, met inbegrip van private equity, zijn niet inherent onvoorzichtig. Ze kunnen een essentieel onderdeel vormen van een goed gespreide portefeuille, op voorwaarde dat de risico's duidelijk worden begrepen. Voor België, waarvan het kader grotendeels al in lijn is met IORP II, is de directe impact beperkt. Er blijven echter verschillen bestaan, vaak van detail, met niet te verwaarlozen praktische gevolgen voor de sector en voor de FSMA.

De derde as betreft transparantie en bescherming van de aangeslotenen: standaardisering van pensioenopgaven op Europees niveau, informatieplicht bij onderprestatie, en de ontwikkeling van pension tracking systems waarmee burgers al hun pensioenrechten op één plek kunnen raadplegen. Op die drie laatste punten staat België er goed voor.

De wetgevende agenda is strak. Het voorstel van de Commissie ligt al op tafel, het Europees Parlement en de Raad zijn hun werkzaamheden gestart, en de vooruitzichten op een trialoogakkoord vóór eind 2026 zijn niet uitgesloten — al is dat volgens de FSMA enigszins optimistisch.

PEPP II: herstellen wat nooit van de grond is gekomen

De balans van het oorspronkelijke PEPP is vernietigend: twee geregistreerde producten op het hele continent sinds de lancering. Een resounding failure, maar elk falen kan vruchtbare grond zijn, want de oorzaken zijn hier duidelijk geïdentificeerd. Buitensporige administratieve complexiteit, moeilijke afstemming tussen de Europese regelgeving en de nationale wetgevingen, een kostenplafond dat nauwelijks verenigbaar is met de economische levensvatbaarheid van de producten, en vooral een nagenoeg totale afwezigheid van fiscale voordelen in de meeste lidstaten.

De Commissie stelt een ingrijpende vereenvoudiging voor, maar waarnemers blijven voorzichtig. Verschillende structurele zwakheden van de oorspronkelijke versie lijken in de herziening voort te leven: de fiscale kwestie, die bepalend is voor de aantrekkelijkheid van het product voor spaarders, blijft grotendeels buiten het Europese bevoegdheidsdomein. Zonder fiscale harmonisering blijft de meerwaarde van een pan-Europees product voor de doorsnee burger beperkt. Dreigt het project een vrome wens te blijven?

Wat dit betekent voor België

De Belgische sector voor aanvullende pensioenen staat er in deze Europese context relatief goed voor. De minimale omzetting van IORP II heeft toch geleid tot een kader dat op vele punten de vereisten van de herziening al anticipeert: geen beleggingsbeperkingen, mogelijkheid tot uitbesteding van vermogensbeheer, consolidatie in gang met een hubfunctie voor grensoverschrijdende activiteiten. Het gemiddeld rendement over 10 jaar, 1,1% netto van inflatie, is bescheiden maar overstijgt de Europese mediaan van 0,9%. Over 20 jaar klimt dat naar 2,4%, wat kortetermijnvergelijkingen relativeert.

De uitdagingen voor België situeren zich veeleer in de implementatiedetails: de evenredigheid van nieuwe verplichtingen voor kleine fondsen, het behoud van de rol van de sociale partners in de governance van de regelingen, en het handhaven van een gelijk speelveld tussen IBP's en verzekeraars. Op al deze punten is waakzaamheid geboden, voordat de trialoog de marges definitief sluit.