Het tijdskrediet eindeloopbaan is een van demeest gebruikte instrumenten door Belgische werknemers die de pensioenleeftijdnaderen. Het laat toe de arbeidstijd te verminderen — met een vijfde of dehelft — met behoud van een deel van het loon en de pensioenrechten. Het is eeninstrument voor een geleidelijke overgang tussen een volledigeberoepsactiviteit en het volledige pensioen. Maar sinds 1 januari 2026 zijn deregels gewijzigd, en het is essentieel om die goed te kennen.
Eerste nieuwigheid: voltijdse werknemers met een arbeidsregime verspreid over minder danvijf dagen per week kunnen nu ook gebruik maken van het tijdskrediet van eenvijfde. Tot nu toe was deze mogelijkheid voorbehouden aan werknemers die vijfdagen per week presteerden. Deze uitbreiding vergroot de toegang tot eenwaardevol instrument voor duizenden werknemers met atypische contracten, metname in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs en diensten.
Tweedebelangrijke evolutie: deloopbaanvoorwaarde voor toegang tot het tijdskrediet einde loopbaan stijgtgeleidelijk. Voor vrouwen gaat die naar 25 jaar in 2026 (tegenover 23 jaar in2025), en blijft progressief toenemen richting de voorwaarde die voor mannengeldt (28 jaar in 2026). Dit gedifferentieerde tijdschema voor mannen envrouwen is een overgangsmaatregel bedoeld om historische loopbaanongelijkhedente compenseren, maar zal geleidelijk verdwijnen tegen 2030.
Derde punt, en zeker niet onbelangrijk: het tijdskrediet eindeloopbaan zal een negatieve impact hebben op deberekening van het pensioenbedrag. Zoals Michel Wuyts, directeur van Fediplus,verduidelijkt: "de periodes van tijdskrediet eindeloopbaan zullen volledigworden gelijkgesteld op een minimumrecht, dus met een negatieve impact op hetpensioenbedrag."
De sociale partners sloten begin dit jaar ooktwee sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) af die de afwijkenderegelingen voor tijdskrediet eindeloopbaan vanaf 55 jaar dekken. Deze cao'sgaranderen stabiliteit van de regels tot 30 juni 2029, wat werkgevers enwerknemers waardevolle duidelijkheid biedt voor hun planning op middellangetermijn.
Aan werkgeverszijde markeert 2026 de deadlinevan een vaak onderschatte wettelijke verplichting: het jaarlijksetewerkstellingsplan voor werknemers van 45 jaar en ouder. Elk bedrijf met meerdan 20 werknemers was verplicht om vóór 31 maart 2026 een dergelijk plan in tedienen bij zijn vakbondsafvaardiging. Dit plan moet concrete maatregelenbevatten op minstens twee van de volgende vier domeinen: behoud vantewerkstelling, opleiding en competentieontwikkeling, aangepastearbeidsorganisatie, en welzijn op het werk.
De verplichting is niet nieuw — ze bestaat alsinds 2012 — maar de toepassing ervan blijft ongelijk. Recente studies tonenaan dat ongeveer een kwart van de betrokken bedrijven deze verplichting nietnaleeft, hetzij door onbekendheid, hetzij bij gebrek aan interne middelen. Devoorziene sancties — aanmaningen door de sociale inspectie, risico opgeschillen bij discriminatoir ontslag van een senior werknemer — worden weinigtoegepast. Fediplus pleit al jaren voor een versterking van de controles en eenbetere sensibilisering van kmo's rond deze verplichtingen.
Het gebruik van eindeloopbaanbanen —deeltijdse functies waarmee oudere werknemers hun activiteit kunnen verminderenmet financiële compensatie — blijft een populaire oplossing, ondanks deadministratieve complexiteit ervan. Volgens de meest recente statistieken vande RVA is het aantal begunstigden van een eindeloopbaanbaan licht gestegen inhet vierde kwartaal van 2025, van 42.000 naar 44.500 personen. Deze toenamegetuigt van een groeiende interesse in deze regelingen, in een context waarinde pensioenleeftijd blijft stijgen.
In Brussel lanceerde het gewest begin 2026 eennieuw programma onder de naam "Brussel Actieve Senioren", datindividuele begeleiding biedt aan werknemers ouder dan 55 jaar diegeconfronteerd worden met beroepstransities. Dit programma, gefinancierd doorhet Europees Sociaal Fonds en het Brussels Gewest, combineertcompetentiebalansen, korte opleidingen en netwerking met partnerswerkgevers. Deeerste resultaten zijn bemoedigend, met een herinschakelingspercentage van 28%bij de deelnemers na zes maanden — beduidend hoger dan het nationale gemiddeldevoor deze leeftijdsgroep.
In Wallonië kondigde de regering eenversterking aan van de DAP-maatregelen (doorstromingsprogramma's voor debevordering van de arbeid) voor oudere werknemers in de non-profitsector. Deinschakelingsorganisaties gespecialiseerd in 50-plussers zagen hun budgettenmet 15% stijgen voor 2026, een beslissing die door de sector werd toegejuicht.
Flexi-jobs vormen ook een groeiende optie voorsenioren op het einde van hun loopbaan of reeds gepensioneerden. Volgens debegin dit jaar gepubliceerde RSZV-gegevens steeg het aantal gepensioneerden meteen flexi-job met 52,6% tussen 2023 en 2025, tot een totaal van 63.000personen. Dit fenomeen weerspiegelt zowel de economische behoefte van een deelvan de gepensioneerden als de wil om sociaal actief te blijven. Flexi-jobsmaken het mogelijk om arbeidsinkomsten en pensioen te combineren zonderinkomensplafond voor gepensioneerden van 65 jaar of ouder, wat ze tot eenbijzonder flexibel instrument maakt voor het beheer van de overgang.
Op het vlak van welzijn op het werk aan heteinde van de loopbaan zijn bedrijven zich steeds meer bewust van deuitdagingen. Volgens een studie gepubliceerd door de StichtingArbeid-Universiteit vertonen werknemers van 55-65 jaar gemiddeld een langdurig absenteïsmepercentagedat twee keer hoger ligt dan dat van hun jongere collega's, vaak gerelateerdaan musculoskeletale aandoeningen, burn-out of chronische ziekten. Bedrijvendie investeren in functieaanpassingen en een aangepaste arbeidsorganisatie stelleneen significante vermindering van dit absenteïsme en een verbetering van dealgemene productiviteit vast.
Het einde van de loopbaan in België is vandaageen terrein van permanente hervormingen, technische aanpassingen envoortdurende sociale onderhandelingen. Voor de betrokken werknemers isregelmatig informeren en anticiperen de beste strategie geworden om dezescharnierfase in de best mogelijke omstandigheden door te komen.