Het principe is dat van elke langetermijnbelegger: vandaag geld op de financiële markten plaatsen om er een rendement uit te halen dat over enkele decennia de inkomsten van het pensioenstelsel zal aanvullen. Het FRR verdeelt zijn beleggingen over twee grote activaklassen. Enerzijds aandelen en zogenaamde "risicovolle" activa, volatieler op korte termijn maar rendabeler op lange termijn: ze stegen met 12,9% in 2025 en met 163% sinds 2010. Anderzijds zogenaamde "dekkingsactiva", stabieler, die als buffer dienen bij turbulentie: die stegen met 1,9% in 2025.
In 2025 koos het FRR ervoor om het aandelenaandeel in zijn portefeuille verder te verhogen, dat nu 50% bedraagt. Een gok op groei op lange termijn, mogelijk gemaakt door het feit dat het fonds morgen niet alles hoeft uit te keren.
Naast het financiële rendement speelt het FRR ook een rol in de financiering van de economie. In 2025 herschikte het 100 miljoen euro naar aandelen van beursgenoteerde Franse kleine en middelgrote ondernemingen, waarvan de waarderingen sinds 2018 als buitensporig laag worden beschouwd. Het lanceerde ook oproepen om 1,1 miljard euro te investeren in niet-beursgenoteerde kmo's en middelgrote ondernemingen, via private-equity- en privatedebtfondsen. Ten slotte begon het FRR te investeren in hoogwaardige Europese activa, wat volgens het FRR bijdraagt "aan de ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie in Europa". Kortom: het pensioensparen van morgen financiert de economie van vandaag.
Sinds 2010 heeft het FRR naar eigen zeggen 15,6 miljard euro extra waarde gegenereerd "ten opzichte van de gemiddelde kostprijs van de Franse staatsschuld". En na 3,6 miljard euro meer te hebben gestort aan de Caisse d'Amortissement de la Dette Sociale dan het initieel had meegekregen, beschikt het nog steeds over 20,7 miljard euro nettoactief.
België beschikt niet over een FRR. Het had wel een Zilverfonds, opgericht in 2001 met dezelfde politieke ambitie, dat echter nooit substantieel werd gestijfd. "Het Zilverfonds werd in België afgeschaft omdat het inderdaad weinig werd gestijfd en bovendien in mindering werd gebracht op de schuld. Met andere woorden, een louter boekhoudkundige kunstgreep", benadrukt Michel Wuyts, directeur van Fediplus.
De financiering van de Belgische pensioenen steunt vrijwel uitsluitend op de sociale bijdragen die elke maand op de lonen van actieve werknemers worden ingehouden, een zogenaamd "repartitiestelsel" dat goed functioneert zolang de demografie gunstig is. Maar met de versnelde vergrijzing van de bevolking wordt die vergelijking ingewikkelder.
Het Franse model is niet perfect, en Frankrijk zelf kampt met spanningen rond zijn pensioenen. Maar het FRR toont aan dat een goed beheerd soeverein fonds, belegd op lange termijn en verankerd in de reële economie, een nuttige aanvulling kan vormen op een repartitiestelsel dat onder druk staat. Nu de regering-De Wever de tweede pensioenpijler wil ontwikkelen en het Europese debat over sparen en investeren in een stroomversnelling raakt, verdient deze les om onthouden te worden.