Er werden tweedrempels vastgelegd:
● 4.000 euro bruto voor lonen,
● 2.000euro bruto voor sociale uitkeringen, waaronder pensioenen.
Wanneer deautomatische indexering wordt toegepast, in 2026 en 2028, zal alles boven ditplafond niet worden geïndexeerd. In 2027 geldt de klassieke indexering.
Als de inflatieeen indexering van 2% veroorzaakt, zal een pensioen van 2.000 euro of meerstijgen met een vast forfaitair bedrag van 40 euro, drie maanden na deoverschrijding van de spilindex.
Eengepensioneerde met een pensioen van 3.000 euro, die normaal 60 euro extra zoukrijgen, ziet zijn stijging dus beperkt tot dezelfde 40 euro.
Hoe hoger uwpensioen boven deze drempel ligt, hoe groter het verlies. Bij een geschatteinflatie van 2,13% in januari 2026 zou een gepensioneerde met 2.500 euro bruto10 euro per maand verliezen. Dat lijkt beperkt, maar dit is nog maar het begin.
De regering steltdeze maatregel voor als een technische aanpassing. De realiteit is strenger: degedeeltelijke indexsprong wordt nooit ingehaald. Het verschil groeit bij elkenieuwe prijsschommeling.
Zelfs de Raad vanState heeft dit benadrukt: dit mechanisme leidt tot een permanent verlies aankoopkracht.
Om de impact oplange termijn te illustreren: een werknemer met een brutoloon van 5.000 euroverliest ongeveer 23.500 euro over een loopbaan van 30 jaar. Voor iemand met6.000 euro bruto loopt dit op tot 45.400 euro.
Deze cijfers gaanover lonen, maar de logica is identiek voor pensioenen: elke euro indexeringdie vandaag verloren gaat, is definitief verloren en zal nooit meer meetellenvoor toekomstige indexeringen.
De drempel van2.000 euro komt overeen met het gemiddelde pensioen in 2025 (1.998 euro volgensLa Libre), dicht bij het mediaan pensioen (1.754 euro/maand in 2023volgens de laatste beschikbare cijfers).
Dat betekent datongeveer één gepensioneerde op twee getroffen wordt — namelijk mensen met eenvolledige loopbaan, voltijds gewerkt, vaak in de publieke sector of groteprivébedrijven.
Met anderewoorden: niet de sterkste schouders, maar de kern van onze leden.
Gezinshoofdenzullen proportioneel sterker worden getroffen. De plafonnering geldt in 2026 enopnieuw in 2028. In 2027 volgt de indexering het huidige systeem — zonder deopgelopen verliezen te compenseren.
Er is eenopvallende tegenstelling die Fediplus moet benadrukken: de kostprijs vanrusthuizen, gemiddeld 2.100 euro per maand, zal in de toekomst niet wordengeplafonneerd.
Bovendien kan deenergiecrisis opnieuw verergeren, zoals in 2022-2023. De risico’s zijn reëel:als de Straat van Hormuz wordt afgesloten, komen onzebevoorradingsmogelijkheden onder druk te staan, terwijl de tijd dringt. Delente is normaal gezien de periode waarin we onze gasvoorraden aanvullen voorde volgende winter.
Met anderewoorden: de inkomens van gepensioneerden zullen minder beschermd zijn tegeninflatie, terwijl hun vaste uitgaven — huisvesting, energie, zorg — blijvenstijgen volgens de reële prijzen.
Dit dubbeleeffect verzwakt structureel de financiële situatie van ouderen.
Deze maatregelillustreert een bredere tendens: het geleidelijk afbouwen van socialebeschermingsmechanismen door de “middeninkomens” te viseren, die wordenvoorgesteld als “hoge inkomens” om de gevraagde inspanningen te rechtvaardigen.
Fediplusherinnert eraan dat een bruto pensioen van 2.000 euro neerkomt op 1.811 euronetto — onvoldoende om comfortabel te leven in een land waar de gemiddeldehuurprijs boven de 900 euro ligt en een plaats in een rusthuis meer dan 2.100euro per maand kost.