Tussen 2025 en 2070 zullen de sociale uitgaven stijgen van 25,7% naar 27,2% van het bbp, een toename van 1,5 procentpunt over de hele periode. Dit op het eerste gezicht bescheiden cijfer verdient een nadere ontleding. Het zijn vooral de gezondheidszorguitgaven die de stijging aandrijven, met een toename van 2,1 procentpunt van het bbp, hoofdzakelijk als gevolg van de vergrijzing, die mechanisch tot een toenemend zorggebruik leidt. De pensioenuitgaven stijgen daarentegen slechts met 0,7 procentpunt, precies dankzij de Arizona-hervorming: zonder die hervorming zou de rekening over de volledige periode met 1,4 procentpunt van het bbp extra zijn opgelopen.
Toch is voorzichtigheid geboden. Deze projecties gaan uit van een hypothese van jaarlijkse productiviteitsgroei van 1,1%. Mocht die groei slechts 0,9% bedragen, dan zou de budgettaire kostprijs van de vergrijzing oplopen tot 3,3 procentpunt van het bbp, meer dan het dubbele van het referentiescenario. De speelruimte is dus beperkt, en het onderliggende economische traject weegt even zwaar door als de hervormingen zelf.
De Commissie stelt een opmerkelijke verbetering vast van de situatie van de huidige gepensioneerden. Het armoederisico van gepensioneerden daalde van 15,6% in 2021 naar 8,5% in 2024, en ligt daarmee nu onder het armoederisico van de totale bevolking, dat 10,9% bedraagt. Deze evolutie is vooral te danken aan de opeenvolgende verhogingen van de minimumpensioenen en de IGO, de inkomensgarantie voor ouderen. Een reële vooruitgang, die de doeltreffendheid aantoont van de beschermingsmechanismen voor de laagste pensioenen.
Hier wordt het verslag ongemakkelijk. De Commissie meet de adequaatheid van de pensioenen op lange termijn aan de hand van de benefit ratio, met andere woorden de verhouding tussen het gemiddelde brutopensioen en het gemiddelde brutoarbeidsinkomen. Welnu, die ratio zal in 2070 ongeveer 13% lager liggen dan in 2025. Met andere woorden: toekomstige gepensioneerden zullen een pensioen ontvangen waarvan het relatieve niveau ten opzichte van actieven aanzienlijk lager zal liggen dan vandaag. De pensioenhervorming draagt expliciet bij aan deze verslechtering, door de pensioenuitgaven op lange termijn te verminderen.
De boodschap van de Commissie is duidelijk, ook al is ze verwoord met de technocratische soberheid die dit soort documenten kenmerkt: men kan niet tegelijk de budgettaire rekening van de vergrijzing verlichten én de adequaatheid van de toekomstige pensioenen intact houden. Het ene gaat ten koste van het andere. De Arizona-hervorming heeft voor de eerste doelstelling gekozen. De tweede moet nog gefinancierd worden, en de tweede pijler is daarvoor de enige geloofwaardige hefboom. De sociale partners hebben tot 1 september de tijd om een traject voor te stellen naar de doelstelling van 3% werkgeversbijdragen. Dit verslag geeft hen een extra reden om niet te talmen.