In zes maanden tijd steeg het aantal werknemers van 66 jaar en ouder in België vier keer sneller dan een jaar eerder. Een studie van Acerta, gebaseerd op 390.000 werknemers, wijst naar de nieuwe pensioenbonus die op 1 januari 2026 in werking trad. Maar het financiële mechanisme verklaart niet alles.

Er is net een symbolische kaap gerond. In de eerste helft van 2026 was 2,03 % van de werknemers in de Belgische privésector 66 jaar of ouder, tegenover 1,60 % een jaar eerder. Het cijfer op zich lijkt bescheiden, maar de dynamiek is dat allerminst: het gaat om een stijging van 24,4 % op één jaar tijd, ofwel, volgens Acerta, een tempo dat "bijna vier keer sneller" ligt dan in dezelfde periode het jaar voordien.

De hr-dienstverlener doorzocht zijn geanonimiseerde gegevens: 390.000 werknemers tewerkgesteld bij 31.000 Belgische bedrijven, kmo's en grote groepen samen. De conclusie is ondubbelzinnig: België telt steeds meer werknemers die vrijwillig langer doorwerken dan de wettelijke pensioenleeftijd.

De pensioenbonus, met terugwerkende kracht ingevoerd

De nieuwe pensioenbonus, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026 maar met terugwerkende kracht van toepassing sinds 1 januari, beloont financieel de werknemers die hun vertrek uitstellen tot na de wettelijke leeftijd (66 jaar sinds februari 2025, 67 jaar vanaf 2030). Concreet verhoogt elk extra gewerkt jaar permanent het maandelijkse bedrag van het toekomstige pensioen, met een percentage dat afhangt van het geboortejaar: 2 % per jaar voor wie geboren is vóór 1962, een verhoging die zal oplopen tot 4 %, en later 5 %, voor de volgende generaties.

Dit is een omslag in filosofie ten opzichte van het oude systeem — dat maar enkele maanden heeft bestaan — waarbij deze bonus in één keer werd uitbetaald. Een permanente, maandelijkse verhoging spreekt minder tot de verbeelding dan enkele duizenden euro's in één keer, maar toch lijkt deze pensioenbonus het gedrag effectief te beïnvloeden.

Kathelijne Verboomen, directeur van het kenniscentrum bij Acerta, waarschuwt wel voor een al te mechanische lezing van het fenomeen. Volgens haar gaat deze versnelling verder dan een loutere aanpassing aan de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd van 65 naar 66 jaar in februari 2025: het gaat om een meer structurele verandering, die bedrijven ertoe aanzet de arbeidsorganisatie te herzien (flexibelere functies, meer autonomie, aanpassingen voor het einde van de loopbaan) zodat een langere loopbaan fysiek en professioneel haalbaar blijft.

Andere studies wijzen in dezelfde richting, zij het om andere redenen. Volgens een bevraging van verzekeraar NN blijft 52 % van de Belgische gepensioneerden die actief blijven dit doen tegen vergoeding, 48 % via vrijwilligerswerk, om redenen die veel verder gaan dan een louter financiële berekening: het behoud van sociale contacten, werkplezier, het doorgeven van ervaring… dat laatste motief wordt drie keer vaker aangehaald door zelfstandigen dan door gepensioneerde werknemers. De pensioenbonus werkt dus als een versneller van een onderliggende trend, niet als de enige oorzaak ervan.

Een structureel oudere arbeidsmarkt

Het fenomeen van de 66-plussers is slechts het meest zichtbare deel van een diepere verandering. Over de hele Acerta-steekproef steeg de gemiddelde leeftijd van Belgische werknemers van 42,4 jaar in 2018 naar 44,1 jaar medio 2026, bijna twee jaar meer op acht jaar tijd. Vandaag is één op de acht Belgische werknemers (12 %) al 60 jaar of ouder.

De opsplitsing per leeftijdsgroep bevestigt deze trend: het zijn net de categorieën dichtst bij — of voorbij — de wettelijke leeftijd die het snelst groeien. De groep 60-64 jaar steeg van 8,71 % naar 9,09 % van het personeelsbestand tussen 2024 en 2026, die van 65-jarigen van 0,62 % naar 0,90 %, en die van 66-plussers van 1,48 % naar 2,03 %. Een teken dat de beweging zich niet beperkt tot een eenmalig meeneemeffect rond de nieuwe bonus: ze past in een dynamiek die al enkele jaren aan de gang is.

Deze veroudering van de arbeidsmarkt verloopt niet gelijkmatig. Bij bedienden stijgt de gemiddelde leeftijd twee keer sneller dan bij arbeiders: +25,7 maanden sinds 2018 bij bedienden, tegenover +10,5 maanden bij arbeiders. Het resultaat is dat de historische leeftijdskloof tussen beide statuten sterk is verkleind.

De verklaring ligt in de aard van de functies zelf. De fysieke belasting van veel arbeidersfuncties, gecombineerd met een vroegere intrede op de arbeidsmarkt, blijft vervroegde uittreding in deze sectoren bevorderen, ondanks de striktere toegangsvoorwaarden voor vervroegd pensioen. Bedienden genieten dan weer vaker van omstandigheden die verenigbaar zijn met een langere loopbaan: minder fysieke slijtage, meer flexibiliteit in de organisatie van de arbeidstijd, meer mogelijkheden voor telewerk of aangepaste functies.

Deze onderliggende trend past op haar beurt in een bredere evolutie van de Belgische arbeidsmarkt. De werkzaamheidsgraad van 55-64-jarigen steeg van 38,7 % vijftien jaar geleden naar 61,5 % vorig jaar, volgens het Steunpunt Werk, en de effectieve gemiddelde pensioenleeftijd steeg met twee jaar tussen 2013 en 2023 (van 59,4 naar 61,4 jaar). Nog een teken van deze dynamiek: flexi-jobs voor 65-plussers waren vorig jaar goed voor 42.000 personen.

Wat betekent dit voor werkgevers en werknemers

Voor bedrijven is het signaal duidelijk: het beheer van loopbaaneindes kan zich niet langer beperken tot begeleiding bij vertrek. Bedrijven moeten voortaan, als een gangbare werkhypothese, rekening houden met het in dienst blijven na 66 jaar, met alle gevolgen van dien op het vlak van functieaanpassing, georganiseerde kennisoverdracht en loonbeleid voor deze leeftijdsgroep.

Voor werknemers die de pensioenleeftijd naderen, luidt de vraag niet langer alleen "kan ik blijven werken?" maar "is het financieel voordelig om dat te doen, en in welke vorm?". De pensioenbonus verandert het spel, maar het reële voordeel hangt sterk af van de individuele situatie: de loopbaan, het statuut, het geboortejaar en de afweging tussen onmiddellijk pensioen en verdere activiteit.

Onze directeur Michel Wuyts werkte mee aan het onderzoek van L'Echo, dat geval per geval berekent wat de reële impact van de bonus-malusregeling is op de beslissing om na 66 jaar te blijven werken. Hij concludeert dat het vandaag financieel voordeliger is om met pensioen te gaan en tegelijk professioneel actief te blijven, dan gewoon het vertrek uit te stellen. Voor de volledige analyse: raadpleeg het artikel van L'Echo: "Pension à 66 ans: de plus en plus de Belges continuent à travailler, mais est-ce financièrement intéressant?".

Dit artikel is gebaseerd op de analyse van Acerta bij 390.000 werknemers van 31.000 werkgevers uit de Belgische privésector (resultaten gepubliceerd begin september 2026), evenals op de gedetailleerde datatabellen die Acerta aanleverde.