Oostenrijk wil af van het staatspensioen als enige horizon voor het pensioeninkomen. Op 22 april keurde de ministerraad een structurele hervorming van de tweede pijler goed, die van de aanvullende bedrijfspensioenen. Het signaal is duidelijk: de eerste pijler, gefinancierd via sociale bijdragen, kost de Oostenrijkse staat jaarlijks 25 miljard euro en botst op de demografische muur. Er moet een alternatief komen.

75% van de Weners laat kansen liggen

Het Oostenrijkse probleem is bekend, maar zelden zo helder geformuleerd. Ongeveer 22 miljard euro staat vandaag geparkeerd in bedrijfspensioenkassen, maar 75% van de werknemers ontvangt zijn opgebouwde reserve enkel als kapitaaluitkering, niet als aanvullend maandelijks pensioen, meldt de krant MeinBezirk. Daarvoor zijn twee redenen: een te conservatief beheer van de fondsen, beperkt door strikte rendementsgaranties, en een beperkte toegang tot het systeem.

Vandaag geniet slechts 25% van de werknemers van een aanvullend bedrijfspensioen, omdat werkgevers vrijwillig bijdragen aan pensioenfondsen, aldus Salzburg24. De anderen blijven standaard uitgesloten.

Het “Generalpensionskassenvertrag” als toegangssleutel

Het centrale element van de hervorming is de invoering van een universeel pensioenkassencontract, het Generalpensionskassenvertrag. Dankzij dit mechanisme kunnen alle werknemers hun opgebouwde rechten gratis overdragen naar een pensioenfonds of levensverzekering, en hun spaargeld ontvangen in de vorm van een maandelijkse pensioenuitkering.

De toegang tot de tweede pijler wordt zo universeel, zonder dat de werkgever het initiatief hoeft te nemen. Burgers kunnen er wel nog steeds voor kiezen hun tweede pijler als kapitaal op te nemen… wat wellicht de populairste optie zal blijven, net zoals bij ons.

Een tweede onderdeel van de hervorming is de versoepeling van de beleggingsregels. Werknemers zullen kunnen kiezen tussen klassieke gegarandeerde producten en oplossingen gekoppeld aan de kapitaalmarkten, die potentieel hogere rendementen bieden. Die keuze blijft volledig vrijwillig: niemand wordt verplicht extra risico te nemen.

Daarnaast worden de beheerskosten van de pensioenkassen geplafonneerd op 0,6% van het beheerde vermogen, tegenover 0,8% vandaag. Dat moet het nettorendement voor aangeslotenen verhogen.

Ook de automatische consolidatie van pensioenrekeningen maakt deel uit van het plan. Werknemers die meerdere keren van werkgever veranderden, kunnen vandaag verspreide pensioenrechten hebben bij verschillende fondsen. Die versnippering zal verdwijnen, zodat werknemers en gepensioneerden een duidelijker overzicht krijgen.

Diepgaande hervorming of communicatiestunt?

Volgens EuropeanPensions.net sprak minister van Buitenlandse Zaken Beate Meinl-Reisinger (van de liberale centrumrechtse partij NEOS) van een “echte paradigmaverschuiving”. Zij stelt dat de 22 miljard euro die vandaag in pensioenfondsen “slaapt”, voortaan collectief zal worden geïnvesteerd op de kapitaalmarkten, zonder kost voor de belastingbetaler. Wie het nieuwe systeem gedurende zijn volledige loopbaan gebruikt, zou daardoor kunnen rekenen op een netto pensioen dat ongeveer 10% hoger ligt.

De vakbonden temperen echter het enthousiasme. Hoewel de Oostenrijkse vakbondskoepel ÖGB erkent dat er reële vooruitgang is geboekt — meer keuzevrijheid, lagere kosten en bredere toegang — waarschuwt zij dat hogere rendementen ook hogere risico’s betekenen. De eerste pijler blijft volgens hen “de hoeksteen van het systeem”, meldt Leadersnet.

De FPÖ (de uiterst rechtse Vrijheidspartij van Oostenrijk) vindt de maatregelen dan weer onvoldoende en vraagt bijkomende fiscale stimulansen voor werkgevers.

Wat dit betekent voor België

De Oostenrijkse beweging past binnen een bredere Europese trend: verschillende landen proberen hun tweede pijler te versterken om de druk op de repartitiestelsels op te vangen.

België, met zijn 113 miljard euro aan reserves in aanvullende pensioenen maar nog steeds ongelijke dekking tussen sectoren, kijkt met belangstelling naar dit Weense experiment.

De Oostenrijkse les is dubbel. Universele toegang tot de tweede pijler ontstaat niet vanzelf via de goodwill van werkgevers alleen: er is een wettelijk toegangsmechanisme én krachtige stimulansen nodig. En flexibiliteit in beleggingen heeft alleen zin als die gepaard gaat met transparante informatie over de risico’s.

Drie voorwaarden die België vandaag nog niet volledig heeft ingevuld.