Het uitgangspunt van Edith Maat is een vaststelling die weinigen betwisten: "Europa wordt gelijktijdig geconfronteerd met de vergrijzing van haar bevolking en een enorm investeringstekort" om de groene transitie, de digitalisering en de economische veerkracht te financieren. Deze dubbele uitdaging creëert volgens haar een structurele kans voor tweede pijler pensioenfondsen, die zich precies op het snijvlak van beide problemen bevinden. Ze zorgen voor pensioeninkomsten en mobiliseren tegelijkertijd zeer langetermijnkapitaal voor de reële economie.
Maar welk model kan deze uitdagingen het hoofd bieden? Volgens Maat zou de Nederlandse architectuur het antwoord hebben, en ze legt haar redenering in twee stappen uit. Ten eerste, de quasi-universele collectieve deelname in Nederland: bijna alle Nederlandse werkgevers nemen deel aan de tweede pijler, en de aansluiting van werknemers is verplicht. Resultaat: de Nederlandse pensioenfondsen beheren gezamenlijk circa 1.700 miljard euro, meer dan 150% van het bbp van het land, ten voordele van meer dan 90% van de werknemers. Om de schaalgrootte te schetsen: dit is het equivalent van meer dan 150% van het Nederlandse bbp, gemobiliseerd ten voordele van meer dan 90% van de werknemers van het land. Een collectieve oorlogskas, geduldig geïnvesteerd in infrastructuur, bedrijven en financiële markten over de hele wereld, inclusief in Europa.
Haar boodschap aan de Europarlementsleden: dit model kan en moet het hele continent inspireren. Europa vergrijst, zijn staten zijn schuldenbelast, en de klimaattransitie vereist honderden miljarden aan investeringen. Pensioenfondsen kunnen de drie problemen tegelijk aanpakken, als ze de middelen krijgen.
Wat pensioenfondsen onvervangbaar maakt in het debat over de Kapitaalmarktunie (door de Commissie omgedoopt tot Unie van Sparen en Beleggen), is hun tijdshorizon. Waar een klassiek beleggingsfonds snel inkomsten moet kunnen genereren, weet een pensioenfonds dat zijn leden hun geld pas over twintig of dertig jaar nodig zullen hebben. Dit geduld stelt het in staat te investeren waar weinigen durven te gaan: aanleg van snelwegen, windmolenparken, spoorwegnetten, financiering van jonge bedrijven met hoog potentieel. Essentiële projecten, maar te langlopend en te weinig liquide voor gewone beleggers. Een ander voordeel: in tijden van beurscrisis raken pensioenfondsen niet in paniek. Ze zijn niet gedwongen hun activa in allerijl te verkopen om klanten terug te betalen die de deur dichtslaan. Ze kunnen zelfs aandelen tegen bodemprijzen opkopen wanneer iedereen vlucht, wat men tegen de stroom in investeren noemt.
Edith Maat heeft drie precieze verzoeken geformuleerd aan de Europarlementsleden, in het kader van de herziening van een Europese richtlijn die de professionele pensioenfondsen regelt.
Eerste verzoek: de beleggingsregels versoepelen. Vandaag drijven bepaalde regelgevingen fondsen ertoe zich aan nauwe referentie-indices te houden, wat hen ontmoedigt om originele of illiquide activa te verkennen. Het resultaat: portefeuilles die allemaal op elkaar lijken, en minder geld dat naar de reële economie gaat.
Tweede verzoek: vermijden ze te verdrinken in papierwerk. Pensioenfondsen zijn geen financiële producten die aan het grote publiek worden verkocht. Het zijn structuren die paritair worden beheerd door vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. Hen dezelfde nalevingsverplichtingen opleggen als een retailbank, betekent de kosten verhogen zonder reëel voordeel voor de aangeslotenen.
Derde verzoek, en voorwaarde voor al het andere: dat de lidstaten hun aanvullende pensioenstelsels verder ontwikkelen. Zonder sparen, geen kapitaal om te investeren. De Europese Commissie heeft concrete instrumenten voorgesteld: automatische aansluiting van werknemers, individuele dashboards om rechten te volgen, ... maar de uitvoering ervan blijft ter discretie van elk land.
Het pleidooi van Edith Maat is niet zonder lessen voor België, waar de tweede pijler structureel onderontwikkeld blijft, bij lange na. Met een dekking van ongeveer 70% van de werknemers volgens de FSMA, en gemiddelde bijdragen die aanzienlijk lager liggen dan die in Nederland, laat België een aanzienlijk potentieel aan langetermijnsparen liggen.
De onderontwikkeling van de Belgische tweede pijler is ook een gemiste economische kans. Elke miljard euro die niet via een Belgisch pensioenfonds loopt, is een miljard die niet wordt geïnvesteerd in Belgische kmo's, Belgische infrastructuur of Belgische staatsobligaties. Het zijn de Nederlandse, Canadese of Amerikaanse fondsen die de leegte opvullen... en het rendement voor zichzelf houden.
De regering-De Wever heeft de uitbreiding van de tweede pijler in haar prioriteiten opgenomen. Edith Maat heeft haar, vanuit het Europees Parlement, eraan herinnerd dat het Europese regelgevingskader kan helpen, of belemmeren. Aan Brussel om te beslissen aan welke kant het wil staan.