Na vijftien jaar ononderbroken groei daalt het aantal Belgen dat een pensioenspaarrekening voedt sinds 2016. Wie blijft, stort meer dan ooit, maar de instroom van nieuwe, jongere deelnemers volgt niet meer. Oorzaak: instapkosten die bij één contract op vier boven de 10% uitkomen, en een steeds nadrukkelijkere concurrentie van ETF-trackers.

Een fiscaal succesverhaal, tot 2016

Pensioensparen maakt al decennialang deel uit van het Belgische fiscale meubilair: een geplafonneerde jaarlijkse storting, in ruil voor een onmiddellijke belastingvermindering van 25 tot 30%. Eenvoudig te begrijpen, gemakkelijk af te sluiten aan het bankloket, de formule kende een bijna ononderbroken groei gedurende vijftien jaar. De cijfers van de FOD Financiën tonen het zwart op wit: 1,44 miljoen belastingplichtigen hadden er een in 2001, tegen 2,55 miljoen in 2016. Een stijging van 77% over vijftien aanslagjaren, gedragen door de normalisering van de pensioenreflex, de indexering van het fiscale plafond en een groeiende bezorgdheid over de vervangingsratio van het wettelijk pensioen.

Over dezelfde periode stegen de gestorte bedragen nog sneller: van 718 miljoen euro in 2001 tot meer dan 2 miljard vanaf 2015. Pensioensparen werd toen niet alleen populairder, het trok ook steeds grotere individuele bedragen aan, geholpen door de regelmatige verhoging van het aftrekbare plafond.

Sinds 2016 hapert het mechanisme

De vaststelling is duidelijk: sinds tien jaar is de groei stilaan opgedroogd tot ze helemaal verdween. Het aantal aangeslotenen stagneert de twee daaropvolgende jaren, om vervolgens langzaam te eroderen: 2,53 miljoen in 2020, 2,50 miljoen in 2024. De terugval blijft, op het eerste gezicht, bescheiden: -2,2% over acht jaar. Maar ze breekt met een ononderbroken stijgende trend sinds de lancering van het product, en verhult een nog veelzeggender fenomeen.

Want tegelijkertijd blijft het gemiddelde bedrag per aangeslotene stijgen: 793 euro in 2016, 864 euro in 2024, oftewel +9% terwijl het aantal spaarders volop terugloopt. Minder mensen, maar meer geld per hoofd: het klassieke kenmerk van een verouderende groep spaarders, die haar stortingen opdrijft naarmate het plafond wordt opgetrokken en haar inkomen stijgt, zonder in hetzelfde tempo te worden vernieuwd door jongere nieuwkomers.

Aangeslotenen bij pensioensparen, 2001-2024
Aantal Belgische belastingplichtigen die een storting aangaven, alle gewesten samen

Bron: FOD Financiën, fiscale statistieken per aanslagjaar.

De achilleshiel: kosten die ondoorzichtig bleven

Het onderzoek dat de FSMA in april 2024 publiceerde, het eerste in zijn soort over de tweede en derde pensioenpijler, biedt een structurele verklaring voor dit groeiende onbehagen. Van de 3,3 miljoen bestudeerde pensioenspaarcontracten in tak 21 (cijfers 2020) bedragen de gemiddelde instapkosten 6,32%. Bij 880.000 contracten, meer dan een kwart van het totaal, lopen die kosten op tot boven de 10%. Meer dan de helft van die inhouding gaat naar de verzekeringstussenpersoon, niet naar het fonds zelf.

De contracten in tak 23, gekoppeld aan de markten, keren de logica om: lagere instapkosten (gemiddeld 2,83%) maar aanzienlijk hogere jaarlijkse beheerskosten (2,34%), die het rendement op termijn even zeker uithollen. De toezichthouder herinnert er zelf aan: een contract met 15% instapkosten maar 0,5% jaarlijks beheer kan na 30 jaar meer opleveren dan een contract met 0,5% instap maar 2% beheer.

Jongeren willen het beste van twee werelden, en ze hebben gelijk

De fiscale statistieken splitsen de aangeslotenen niet uit naar leeftijd, maar verschillende signalen wijzen op een sterkere terugtrekking van de jongere generaties. Ten eerste is de rendementsvergelijking nu voor iedereen toegankelijk: dynamische pensioenspaarfondsen halen een gemiddeld jaarlijks rendement van ongeveer 4% over tien jaar, tegenover bijna 9% voor een wereldwijde aandelentracker, kosten inbegrepen. Organisaties zoals Test-Aankoop zeggen het zonder omwegen aan jonge spaarders: een ETF is te verkiezen boven een klassiek pensioenspaarfonds, zeker wanneer de horizon langer is dan twintig jaar.

Bovendien heeft de sector zelf uiteindelijk op deze uitstroom gereageerd: sinds 2026 bieden sommige verzekeraars pensioenspaarformules aan die in ETF's beleggen, binnen dezelfde fiscale enveloppe. Een impliciete manier om te erkennen dat de klassieke formule, in tak 21, terrein verloor bij het jongste en best geïnformeerde publiek.

Een derde, meer nuchtere factor: de liquiditeit. Het geld blijft geblokkeerd tot 60 jaar, op straffe van zware belasting. Voor een dertiger die een vastgoedaankoop voor ogen heeft, gaat de voorkeur vaak uit naar mobiliseerbaar spaargeld, niet naar een kapitaal dat twintig of dertig jaar bevroren blijft. Ten slotte tonen de gegevens van PensionStat.be over de tweede pijler dat 55% van de aangeslotenen bij een aanvullend bedrijfspensioen jonger is dan 45 jaar: jonge werknemers zijn dus al passief gedekt via hun werkgever. De individuele reflex van de derde pijler komt pas later, als hij al komt.

Bron: FOD Financiën.
Bron: FOD Financiën.

Wat dit betekent voor werkgevers

Voor HR-verantwoordelijken en pensioenadviseurs heeft deze omslag een duidelijk gevolg. Als de individuele pensioenreflex bij jonge actieven verzwakt, wordt het collectieve kanaal, de groepsverzekering van de tweede pijler, opnieuw de belangrijkste hefboom om voor hen een pensioenspaarpot op te bouwen, net omdat het geen enkele actieve jaarlijkse beslissing of kostenvergelijking veronderstelt. De transparantiewet die in 2026 in werking treedt en elke aangeslotene via een pensioenoverzicht informeert over de kosten van zijn tweede pijler, zal bovendien de kaarten van de leesbaarheid herschikken, een terrein waarop jonge deelnemers zich nu al het veeleisendst tonen.

Twee variabelen zullen binnen enkele jaren uitwijzen of deze erosie structureel is of slechts een generationele dip: het reële effect van deze versterkte transparantie op de kosten, en het vermogen van de sector om ETF-formules binnen het pensioensparen te veralgemenen voordat de jongere generaties er definitief aan gewend zijn geraakt om erzonder te doen.