Met een werkgelegenheidsgraad van 64,9% blijft Brussel de achterblijver van het land, ver achter Vlaanderen (76,5%) en Wallonië (68,6%). Hoewel de conjunctuur de werkgelegenheid de komende jaren licht zou kunnen ondersteunen, zo blijkt uit de vooruitzichten van het Federaal Planbureau, zullen diepgaande structurele hervormingen nodig zijn om de doelstelling van 70% tegen 2030 te halen.
Achter deze globale cijfers schuilt echter een nog zorgwekkendere realiteit: de lage werkgelegenheidsgraad bij senioren.

In België is vandaag 62,1% van de 55-64-jarigen aan het werk. In Brussel bedraagt dat aandeel in het derde kwartaal van 2025 slechts 58,4%, het op één na laagste cijfer van het land. In Vlaanderen ligt dit percentage boven 65%. Met andere woorden: meer dan 40% van de Brusselse senioren is al buiten de arbeidsmarkt vóór de wettelijke pensioenleeftijd.

Volgens Statbel hebben vooral vrouwen in Brussel het moeilijk om na hun 55ste nog werk te vinden. Hun werkgelegenheidsgraad schommelt tussen 51,8% en 53%.
Deze ondertewerkstelling van senioren vormt een dubbel probleem.
Ten eerste financieel: met een krimpende beroepsbevolking en stijgende sociale uitgaven vertegenwoordigt elk extra procentpunt werkgelegenheid honderden miljoenen euro’s aan bijkomende fiscale inkomsten en sociale bijdragen.
Ten tweede macro-economisch: in een context van aanhoudende personeelstekorten (zorg, bouw, horeca, schoonmaak, logistiek, veiligheid) is het economisch onzinnig om ervaren werknemers voortijdig opzij te schuiven.
“Brussel kan er alleen bovenop komen door de werkgelegenheidsgraad van zijn inwoners fors te verhogen”, vat econoom Jean Hindriks (UCLouvain) samen in een interview met L’Echo. Seniorenkrachten vormen daarbij één van de belangrijkste arbeidsreserves die op korte termijn kunnen worden gemobiliseerd.
Lange tijd heeft België — en Brussel in het bijzonder — vervroegde uitstap uit de arbeidsmarkt aangemoedigd: brugpensioen, SWT, vrijstellingen van werkzoekverplichtingen, langdurige inactiviteit.
Dat model is vandaag niet langer houdbaar. Bovendien, “wat vaak vergeten wordt, is de impact van gelijkgestelde (of niet-gelijkgestelde) periodes op de pensioenberekening”, herinnert Michel Wuyts, pensioendeskundige en directeur van vzw Fediplus. “De nieuwe wetgeving rond werkloosheid en de beperking van de gelijkstellingen (van 40% naar 20%) zal het pensioeninkomen doen dalen! De armoede in het Brussels Gewest zal toenemen, tenzij de werkgelegenheidsgraad stijgt”, besluit hij.
De snelle vergrijzing van de actieve bevolking maakt van de laatste loopbaanfase een nieuw sociaal en economisch strijdtoneel. Langer werken is geen ideologische keuze meer, maar een budgettaire en demografische noodzaak.
Het regeerakkoord zet vooral in op:
Maar de problematiek van senioren blijft grotendeels impliciet.
Zonder een specifiek beleid voor de 55- tot 65-jarigen lijkt de doelstelling van 70% moeilijk haalbaar.
Drie hefbomen zijn prioritair:
Achter de statistieken schuilen tienduizenden Brusselaars van boven de 55 die een chaotisch einde van hun loopbaan beleven, gekenmerkt door precariteit, zinverlies en financiële onzekerheid.
Nu België zich voorbereidt om de toegang tot werkloosheidsuitkeringen in de tijd te beperken, zal de druk op deze bevolkingsgroep nog toenemen.
De uitdaging is dan ook duidelijk: economische performantie, budgettaire houdbaarheid en sociale rechtvaardigheid met elkaar verzoenen.
Zo niet dreigt de werkloosheid onder senioren de achilleshiel te worden van het economisch herstel van Brussel.