In Vlaanderen gelden vanaf 2026 de meest concrete nieuwigheden, met een dubbel doel: de bescherming van de langstlevende partner versterken en alleenstaanden zonder kinderen een ongeziene fiscale speelruimte bieden.
Het vrijstellingsplafond op roerende goederen die de langstlevende partner erft, stijgt van 50.000 naar 75.000 euro.
Illustratie: een gehuwd koppel of wettelijk samenwonenden bezit een woning van 400.000 euro en 200.000 euro spaargeld. Bij het overlijden van één van beiden erft de overlevende de helft van het gemeenschappelijk vermogen.
De fiscale factuur daalt zo tot 2.250 euro, tegenover een aanzienlijk hoger bedrag vroeger.
In Vlaanderen worden als partners beschouwd:
Dit is wellicht de meest opvallende maatregel: alleenstaanden zonder kinderen kunnen voortaan tot 100.000 euro nalaten aan een persoon naar keuze tegen het gunsttarief in rechte lijn.
De voorwaarden zijn strikt:
De toepasselijke tarieven zijn bijzonder laag:
Voorbeeld: een alleenstaande vrouw laat 100.000 euro na aan haar petekind. De fiscale factuur bedraagt 6.000 euro, tegenover 40.500 euro onder het oude regime. De besparing loopt op tot meer dan 34.000 euro.
Dit mechanisme opent ook interessante perspectieven voor broers, zussen, neven en nichten, die traditioneel zeer zwaar worden belast.
Let op: het vroegere regime van de “erfenis tussen vrienden” wordt afgeschaft. Het blijft enkel gelden voor testamenten die vóór 1 januari 2026 werden opgesteld.
In Wallonië is de meest ambitieuze hervorming wel degelijk goedgekeurd. Ze werd eind 2024 aangenomen, maar treedt pas in werking op 1 januari 2028. De doelstelling is duidelijk: de fiscale druk op vermogensoverdrachten aanzienlijk verlagen.
De maximale tarieven die van toepassing zijn op nalatenschappen worden drastisch verlaagd:
Een spectaculaire daling, die voor tal van erfgenamen de fiscale factuur grondig kan veranderen.
Dezelfde logica geldt voor schenkingen van onroerend goed. In rechte lijn daalt het maximale registratietarief van 27 % naar 14 %, wat de fiscale kost van een vroegtijdige overdracht aanzienlijk vermindert.
De tekst voorziet ook in verschillende aanpassingen om beter rekening te houden met de diversiteit aan gezinsstructuren:
De huidige voorwaarde dat de overledene minstens vijf jaar in de woning moest hebben gewoond, wordt afgeschaft. De langstlevende partner zal dus kunnen genieten van de vrijstelling op de gezinswoning, zelfs als deze termijn niet is bereikt.
Deze grootschalige hervorming zal pas vanaf 2028 haar effecten hebben. Tot dan blijven de huidige regels van toepassing.
In Brussel is de wijziging discreter, maar de implicaties zijn aanzienlijk voor vermogensplanning.
Sinds 1 januari 2026 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de termijn verlengd van drie naar vijf jaar waarbinnen een niet-geregistreerde schenking opnieuw in de nalatenschap kan worden opgenomen indien de schenker overlijdt.
Concreet blijft een handgift of bankgift vrijgesteld van schenkbelasting… op voorwaarde dat de schenker minstens vijf jaar na de schenking in leven blijft. Zo niet, dan wordt het geschonken bedrag opnieuw in de nalatenschap opgenomen en als dusdanig belast.
Brussel sluit zich hiermee aan bij de twee andere Gewesten:
Schenkingen die vóór deze data werden gedaan, blijven onderworpen aan de oude termijn van drie jaar.
Gevolg: voorzichtigheid wordt essentieel bij elke niet-geregistreerde schenking. De tijdsfactor krijgt voortaan een strategisch belang.
Het jaar 2026 markeert een discreet maar beslissend keerpunt in de fiscaliteit van vermogensoverdrachten in België.
In een regelgevend kader dat complexer en sterker geregionaliseerd is geworden, laat vermogensoverdracht zich niet meer improviseren. Een afspraak met uw notaris is dan ook aangewezen!