Het scenario herhaalt zich. Jan Jambon (N-VA) stelt een versie van zijn pensioenhervorming voor, het verzet komt op gang, en de minister bindt in. Na het moederschapsverlof in september 2025 wordt nu ook het geboorteverlof (het vroegere “vaderschapsverlof”) geschrapt uit de lijst van niet-gelijkgestelde periodes. De regering-De Wever, die op 24 april in kernkabinet bijeenkwam, heeft beslist: deze dagen zullen wel degelijk meetellen voor het vervroegd pensioen op 60 jaar.

Wat de hervorming voorzag

Ter herinnering: het nieuwe stelsel van vervroegd pensioen zal vanaf 2027 de mogelijkheid bieden om op 60 jaar met pensioen te gaan, op voorwaarde dat men 42 loopbaanjaren heeft opgebouwd en in elk van die jaren minstens 234 dagen heeft gewerkt. In de oorspronkelijke versie van de tekst die door Jambon werd uitgewerkt, werd het geboorteverlof — de 20 dagen die vaders of partners kunnen opnemen binnen de vier maanden na een geboorte — niet meegeteld als gelijkgestelde periode in dit nieuwe systeem.

De consequentie is puur rekenkundig: een vader die zijn 20 dagen geboorteverlof had opgenomen tijdens een loopbaanjaar, kon het risico lopen onder de drempel van 234 dagen te vallen en dat jaar niet te laten meetellen voor de berekening van zijn recht op vervroegd pensioen.

De oorspronkelijke logica van de minister

Jambon had daarvoor een technische rechtvaardiging: geboorteverlof is, in tegenstelling tot moederschapsverlof of militaire dienst, facultatief. De vader of meeouder maakt dus een persoonlijke keuze. Volgens die logica zou de staat de gevolgen daarvan voor het pensioen niet hoeven te neutraliseren.

Precies dat argument werd fel bestreden door de Gezinsbond en verschillende meerderheidspartijen. Naast het nadelige effect voor vaders die dit verlof al hadden opgenomen en niet konden terugkomen op die keuze, dreigde de maatregel ook ontmoedigend te werken voor toekomstige ouders. De Gezinsbond benadrukte dat de zorglast nog meer op vrouwen zou terechtkomen als vaders hun geboorteverlof zouden opgeven om hun recht op vervroegd pensioen veilig te stellen. Een paradox voor een hervorming die zogezegd genderneutraal moest zijn.

Een precedent dat het heden verklaart

Het is niet de eerste keer dat Jambon onder druk zijn plannen moet aanpassen. Reeds in september 2025 wees La Libre erop dat de minister zijn teksten had moeten wijzigen om moederschapsverlof mee te laten tellen voor het vervroegd pensioen, nadat het oorspronkelijke voorstel gelijkaardige kritiek had uitgelokt, onder meer in het licht van de Belgische en Europese antidiscriminatiewetgeving. Toen was de impasse overduidelijk: elk kind zou moeders de facto een volledig loopbaanjaar hebben gekost. Het geboorteverlof volgt nu hetzelfde pad, om dezelfde fundamentele redenen.

Het interne front dat Jambon deed plooien

In het noorden van het land hadden CD&V en Vooruit expliciet gevraagd om de tekst te herzien. De Vlaamse socialisten vonden dat de regering een verkeerd signaal gaf aan koppels die de ouderlijke verantwoordelijkheden eerlijk willen verdelen. Aan Franstalige zijde herinnerde Les Engagés eraan dat het vaderschapsverlof in de oude regelingen voor vervroegd pensioen wel werd meegeteld, en dat zij altijd hadden verdedigd dat het op dezelfde manier moest worden gelijkgesteld als moederschapsverlof. MR, minder offensief op sociale thema’s, verwees de kwestie door naar de regeringsonderhandelingen.

De methode-Jambon: structurele zwakte of onderhandelingstechniek?

Los van het concrete dossier illustreert deze episode een structurele zwakte (of misschien een goed geoliede onderhandelingstechniek) in de methode van Jambon. De hervorming werd opgebouwd rond een principe van strengheid (alleen effectief gewerkte dagen tellen), maar werd vervolgens geval per geval aangepast onder politieke druk. Moederschapsverlof, militaire dienst, geboorteverlof: elke uitzondering die achteraf wordt afgedwongen, ondermijnt de samenhang van het oorspronkelijke voorstel en voedt het gevoel dat de sociale dimensie van de tekst onvoldoende was doordacht.