Deze zeventien verkozenen maken deel uit van een grotere groep van ongeveer 87.000 Belgen die nog steeds een pensioen wegens ziekte of invaliditeit ontvangen, geërfd uit het oude stelsel dat met name gold voor statutaire ambtenaren. Het mechanisme was eenvoudig, en bijzonder rigide: wanneer een ambtenaar zijn ziekteverlofdagen had opgebruikt, kon de controlearts hem definitief arbeidsongeschikt verklaren, wat leidde tot vervroegde pensionering om medische redenen. Er was geen ruimte voor nuance. Het systeem hield geen rekening met de mogelijkheid dat iemand een gedeeltelijke arbeidscapaciteit kon terugwinnen, een aangepaste functie kon uitoefenen, zich kon omscholen of, gewoon, een deeltijdse activiteit kon hervatten. Eenmaal de beslissing gevallen, stond ze definitief vast.
Dat is precies wat Eva Demesmaeker (N-VA), zelf burgemeester van Halle, aan de kaak stelt: "Het is toch absurd. De Staat verklaart hen voor de rest van hun leven arbeidsongeschikt omdat ze 'te ziek' zijn, maar de kiezers vinden hen wel geschikt om een stad te besturen." De N-VA-politica benadrukt dat ze geen enkele collega specifiek viseert; de identiteit van de zeventien betrokken mandatarissen blijft overigens beschermd, aangezien de Federale Pensioendienst weigert informatie te verstrekken die hun identificatie mogelijk zou maken, gezien het beperkte aantal betrokken personen. Haar kritiek richt zich op het administratieve mechanisme zelf, niet op de individuen die ervan hebben geprofiteerd.
Het huidige stelsel verbiedt de combinatie van invaliditeitspensioen en politiek mandaat niet formeel, maar omkadert ze met precieze plafonds. Een begunstigde mag tot 30.132 euro bruto aan bijkomende inkomsten per jaar ontvangen, een bedrag dat wordt opgetrokken tot 36.652 euro voor personen met kinderen ten laste. Boven deze drempel wordt de uitkering niet in één keer geschrapt: ze wordt proportioneel verminderd in functie van de overschrijding. Het mechanisme wordt echter scherper voor de best betaalde lokale mandatarissen: zodra een schepen of burgemeester 60.000 euro bruto aan mandaatgebonden inkomsten overschrijdt, valt zijn of haar invaliditeitspensioen gewoonweg terug op nul euro, voor de volledige duur van het mandaat.
Deze gradatie illustreert een aspect dat in de verontwaardiging vaak verloren gaat: het systeem heeft niet toegelaten dat zeventien verkozenen zonder enige beperking een inkomen als arbeidsongeschikte ambtenaar combineerden met een volledig politiek loon. Het heeft eenvoudigweg, letterlijk, een drempellogica toegepast die was opgebouwd voor een heel ander gebruik: dat van een werknemer die een klassieke loontrekkende job hervat, niet dat van een verkozen mandaat waarvan de aard, de uren en de verantwoordelijkheden op geen enkele manier lijken op een voltijdse ambtenarenfunctie.
Het bekritiseerde systeem behoort grotendeels al tot het verleden: het werd sinds 1 april 2026 grondig hervormd, in de richting van een dynamischere evaluatie van de arbeidscapaciteit. De vraag die deze zaak oproept, betreft dus niet zozeer de toekomst (het hervormingstraject is ingezet), maar wel het verleden: wat te doen met de tienduizenden personen die nog onder het oude stelsel vallen, van wie de professionele of persoonlijke situatie kan zijn veranderd zonder dat enige procedure dit kon vastleggen?
Voor de zeventien betrokken verkozenen bestaat het administratieve antwoord al, in de vorm van financiële plafonds die het voordeel van de combinatie mechanisch beperken. Maar voor de volledige groep van 87.000 begunstigden van het oude systeem blijft de vraag open: hoeveel van hen oefenen vandaag, in alle anonimiteit, een professionele of verenigingsactiviteit uit die het administratieve kader officieel nog steeds als onverenigbaar beschouwt met hun toestand? De afloop van deze zaak zou zich dus niet mogen beperken tot een debat over de integriteit van zeventien lokale mandatarissen. Ze vraagt, ruimer bekeken, om een transparante balans van de overgang naar het nieuwe stelsel, en om duidelijkheid over het lot van de dossiers die uit het oude systeem zijn geërfd, zolang dit laatste zijn effecten blijft produceren.