Tot nu toe kon een definitief benoemde ambtenaar die langdurig arbeidsongeschikt werd, permanent op medisch pensioen worden gesteld. Het ging niet om een gewoon pensioën: het was een specifiek stelsel, afzonderlijk beheerd, dat de persoon definitief uit de arbeidsmarkt haalde, vaak zonder mogelijkheid om deeltijds te hervatten, zelfs als hij of zij dat wilde.
Vanaf 1 juni sluit dit systeem zijn deuren voor nieuwe instromers. Ambtenaren die langdurig arbeidsongeschikt worden, zullen voortaan aansluiten bij de ziekte- en invaliditeitsverzekering, net zoals een werknemer uit de privésector. Deze omschakeling was beslist door de vorige regering. De regering-De Wever voert ze nu uit.
Twee argumenten hebben de doorslag gegeven.
Het eerste is financieel. Volgens cijfers van volksvertegenwoordiger Nahima Lanjri (CD&V) genoten vorig jaar maar liefst 86.911 ambtenaren van een definitief ziektepensioën. De jaarlijkse kostprijs van dit stelsel overschrijdt 2,5 miljard euro. Ter vergelijking: de 234 personen die begin 2025 nog een tijdelijk ziektepensioën hadden, vertegenwoordigden alleen al meer dan zes miljoen euro per jaar. Die bedragen werden in een context van budgettaire hervorming politiek steeds moeilijker te verdedigen.
Het tweede argument is sociaal. Duizenden ambtenaren in ziektepensioën (vaak jong) wilden deeltijds het werk hervatten. Het stelsel stond dat niet toe. Elk jaar stapten tussen de 2.000 en 4.000 personen in dit systeem, waarvan ongeveer 1.000 jonger dan 50 jaar. Ze kwamen terecht met een verminderd pensioen, zonder enig perspectief op werkhervatting, zelfs niet deeltijds. De hervorming beoogt deze absurditeit recht te zetten.
Het is belangrijk dit duidelijk te vermelden: de 86.911 ambtenaren die vandaag een definitief ziektepensioën genieten, worden niet geraakt door deze wijziging. Hun rechten blijven behouden. De hervorming geldt enkel voor nieuwe instromers, dat wil zeggen ambtenaren die vanaf 1 juni 2026 arbeidsongeschikt zouden worden.
Het bestaande stelsel zal dus langzaam uitdoven, jaar na jaar, naarmate de huidige begunstigden wegvallen. De verworven rechten worden niet aangetast; enkel de toegang voor nieuwe generaties wordt afgeschaft.
Wat we uit deze hervorming onthouden, is een fundamentele tendens die verder reikt dan het ziektepensioën alleen: het statuut van de federale ambtenaren nadert geleidelijk dat van werknemers in de privésector, voordeel na voordeel, stelsel na stelsel.
Voor de betrokkenen (dat wil zeggen de nog actieve ambtenaren die ooit langdurig arbeidsongeschikt zouden kunnen worden) is de boodschap duidelijk: het vangnet zal er nog steeds zijn, maar het zal de gewone ziekte- en invaliditeitsverzekering zijn. Met haar regels, haar plafonds, en ook haar mogelijkheden tot gedeeltelijke werkhervatting die het oude stelsel niet voorzag.